|
Bijziendheid (myopie)
Wie bijziend is, ziet minder goed in de verte. Het hoornvlies is te bol of het oog te lang, waardoor binnenvallende stralen te sterk worden gebroken. Ze vallen samen op een punt vóór het netvlies. Negatieve (min) glazen verleggen het beeld naar achteren zodat u weer scherp kunt zien.
|
Verziendheid (hypermetropie)
Verzienden zien slecht van dichtbij. Als het hoornvlies te vlak of het oog te kort is, vindt afbeelding van een voorwerp plaats achter het netvlies. Positieve (plus) glazen verleggen het beeld naar voren.
|
Cilinderafwijking (astigmatisme)
Bij een oog met een cilinderafwijking is het hoornvlies niet exact bolvormig. De breking in de ene richting is anders dan in de andere richting. Dit zorgt voor een onscherp beeld. Goede glazen breken de beelden zó, dat het beeld weer goed op het netvlies valt.
|
Leeftijdsverziendheid (presbyopie)
Als we ouder worden neemt het vermogen van de ooglens om scherp te stellen voor dichtbij af. Dit proces begint tussen uw 40ste en 50ste jaar en stabiliseert zich rond uw pensioen. Een volstrekt natuurlijke verschijnsel dat leeftijdsverziendheid of presbyopie wordt genoemd. Een leesbril lost dit probleem op.
|